Sinds ik ‘Oscar’ heb uitgebracht word ik steeds vaker voor dingen gevraagd binnen de psychiatrie. Vaak vragen ze mij een column te schrijven en voor te dragen op een evenement, maar ze willen me ook steeds vaker interviewen. Kort nadat ik in december weer was gaan werken werd ik door Kim Helmus gevraagd of ik door middel van een interview zou willen meewerken aan het project van psychiater Jim van Os: Schizofrenie bestaat niet. Ik stemde toe al wist ik toen nog niet wat de gevolgen allemaal waren…

Na mijn vakantie bij mijn broer was ik weer gaan werken. Voor mijn gevoel was ik er weer klaar voor. Ik had er ook veel zin in. Ik nam me wel voor om minder te werken. Het reizen naar de redactie in Groningen hakte er goed in, dus besloot ik eens een donderdag in de twee weken te gaan werken. Het begin ging goed, al merkte ik al na een paar weken de klachten terug kwamen. Kennelijk was ik toch nog niet goed behandeld, maar ik besloot mijn klachten de baas te worden en ze zo goed als zo kwaad het kon te negeren.
Toen kwam Kim Helmus met de vraag of ik mee wilde werken aan betere psychiatrische zorg door een interview te doen voor het project ‘Schizofrenie bestaat niet’ van psychiater Jim van Os. Jim en Kim kennen elkaar goed en ze zijn beide voorvechters voor een betere zorg en Jim neemt steeds vaker afstand van het Handboek DSM V voor psychiaters. Hij is onder andere betrokken bij de website psychosennet en wilde met de nieuwe website Schizofrenie bestaat niet daar een vervolg aan geven.
Ik stemde toe omdat ik wilde helpen. Kim gaf dat door aan Kitty de interviewster die vervolgens met mij contact op nam. Een afspraak was snel gemaakt en we wisselden informatie uit over waarover het interview zou gaan. Het bleek dat het zou gaan over het moment van ziek worden en het herstel proces. Dat verhaal zat goed in mijn hoofd, maar toch zorgde ik ervoor dat ik mij goed voorbereidde. Dat deed Kitty ook, ze las uitvoerig al mijn columns op mijn website en dat vond ze prachtig.
Vrijdag de dag van het interview was ik nerveus want er zou een filmcamera aanwezig zijn. Dat was voor het eerst. Plus de klachten die ik had maakte het vertellen moeilijk. Kitty stelde me met een kopje koffie op mijn gemak. Het hielp niet echt. Toen begon het interview en ik vertelde en vertelde. Ik was eerlijk en oprecht maar ik vertelde niet de dingen die ze wilde horen. Het was te negatief. Om een voorbeeld te noemen zei ik dat alle hulp die ik kreeg wel goed bedoeld was, maar het zou me toch niet helpen. Ik zou er op een bepaald moment toch zelf uitstappen.
Kitty schrok hiervan omdat ze zelf een zoon had die uit het leven is gestapt. En ze herkende hem in mij. Toen we het over medicatie hadden en ik zei dat ik andere wilde proberen omdat ze niet goed genoeg hielpen kwamen we op het punt second opinion. Kitty zag in mij een persoon die om hulp vroeg en door haar eigen ervaring was ze bang dat het mij hetzelfde overkwam. Daarom stond ze erop dat ik kreeg waar ik recht op had. Het interview was afgelopen en na nog een kopje koffie en een nababbel ging ik naar huis.
Ik voelde me niet goed. Sterker nog, het interview gaf me een slecht gevoel. Ik had nooit over zelfmoord moeten beginnen. Hoe kon ik niet weten dat dat gevoelig bij haar lag. Kitty stuurde de dagen daarna e-mails met filmpjes en benadrukte dat ik een second opinion nodig had met een goede psychiater. Dat was zij aan het regelen via Jim van Os.
Voor mij was het interview geen leuke ervaring zoals anders. Het bevestigde in mijn oordeel dat ik veel te veel tijd had verspilt in de kliniek die maar geen goede behandeling gaf. Het kon beter en moest beter dat had ik wel geleerd….
© Nicolai van Doorn