Ik moet iets. Ik moet schrijven. Ik moet mijn dagboek reanimeren. Te lang heb ik het links laten liggen, laten versloffen. Andere belangrijke en minder belangrijke zaken voorrang gegeven. 

En nu, op de Dag van de Arbeid, is het moment daar: een nieuwe start!

Ik pak de symbolische pen weer op en kruip achter mijn schrijfmachine om te gaan schrijven. Meters maken. 

Tussen de laatste dag – dag zestien – van mijn dagboek en vandaag zit een klein gat. Of, eerlijker gezegd: een gapend gat van pakweg tachtig dagen. Tachtig dagen! Het is niet dat er in die periode niets noemenswaardigs is gebeurd. Integendeel!

Ik ben op vakantie geweest, heb medicatie afgebouwd, ben kilo’s kwijtgeraakt, heb een nieuwe vloer gekregen en een deel van de keuken is aangepakt. Dat is allemaal in tachtig dagen gebeurd. 

Daar ligt het dus niet aan. Het is eerder gebrek aan discipline – elke dag een wit scherm vullen met woorden – en de luiheid van de schrijver, waardoor er niets is gepubliceerd.

Ook het schrijven aan mijn boek/roman ligt al die tijd stil. Hoog tijd dat daar verandering in komt.

Als ik om half zeven ontwaak, mede door het felle zonlicht dat door de gordijnen heen mijn slaapkamer binnen schijnt, kom ik tot de conclusie dat ik goed, maar kort heb geslapen. 

Ik ging laat naar bed, omdat ik onder het genot van een paar witbiertjes nog aan het nagenieten was van de spectaculaire halve finale van de Champions League tussen FC Barcelona en Inter Milan. De strijdt eindigde onbeslist (3-3), maar spannend was het zeker! Dat nagenieten ging door tot een paar uur na middernacht. Pas toen besefte ik wat ik had gezien en kon ik rustig gaan slapen.

Als ik naar de badkamer loop, ligt Joppe nog heerlijk te ronken. Ik stap onder douche en kleed me na het douchen aan. Een korte broek en een blauw gestreept overhemd met korte mouwen trek ik uit mijn kledingkast. Dan is het ook voor Joppe tijd om op te staan. Ik open zijn bench en vrolijk als altijd, loopt hij de slaapkamer uit, de gang in.

Op de Dag van de Arbeid kan het, deze eerste dag van de maand mei: zonder jas naar buiten. 

Genietend van het prachtige, zonnige lente weer loop ik de gebruikelijke ochtendronde met Joppe. Op dagen als deze, geniet ik het meest van het hebben van een hond. 

Weer thuis zet ik een mok onder het koffiezetapparaat, druk op de knop en geef ondertussen Joppe zijn ontbijt. Ik eet een banaan en nog een paar verse aardbeien. 

Voordat ik de deur uit ga voor mijn eerste afspraak, stofzuig ik de woonkamer nog even snel en geef ik de planten water. 

Het is niet druk als ik de herstelruimte van het Huis van de Buurt binnenloop. Een kleiner groepje dan normaal werkt zicht in het zweet tijdens de bootcamp. 

Ik zie dat de deur van een van de drie vergaderruimtes openstaat en dat de ervaringsdeskundigen daar de dag doornemen. 

Op de bruinleren bank op het verhoogde gedeelte van de woonkamer zit een man. Dat is het wel zo’n beetje qua aanwezige mensen, en het is maar de vraag of het met dit weer in de loop van de dag nog drukker wordt. 

Ik loop naar het verhoogde gedeelte van de woonkamer en neem plaats op de zwartleren bank die haaks op de bruine bank staat. Ik begroet de man op de andere bank en kijk wat op mijn telefoon terwijl ik op een kop koffie wacht.

‘Hé Nicolai! Je bent er!’ klinkt opeens een vrouwenstem die mij begroet. 

Ik kijk op van mijn telefoonscherm en zie een vrouw die nu ook naar mij zwaait. Het is Amanda, de ervaringsdeskundige met wie ik vorige week uitvoerig kennis heb gemaakt. 

Amanda heeft, net als ik, een journalistieke achtergrond – al heeft zij het verder geschopt dan ik, met mijn vijf maanden journalistieke studie als ervaring. Amanda is echt afgestudeerd en heeft gewerkt als journaliste. 

We hebben allebei een passie voor schrijven en het maken van verhalen, en eigenlijk missen we dat ook een beetje.

Ik begroet haar en vertel dat ik, zoals beloofd mijn bundel Oscar heb meegenomen en geef het haar.

Ze bladert erdoorheen en leest, vanwege tijdsdruk, vluchtig wat columns. Af en toe glimlacht ze en mompelt: ‘Wat goed, ik ben onder de indruk’. 

Vervolgens complimenteert ze me met mijn schrijfstijl en drukt me op het hart dat ik echt kan schrijven. 

Na een vijf minuten stopt ze de bundel in haar tas en belooft me er volgende week op terug te komen. En weg is ze.

Ondertussen is de bootcamp afgelopen en nemen de deelnemers plaats op de banken en stoelen op het verhoogde gedeelte van de woonkamer. De uithijgende ervaringsdeskundige Frederique komt naast mij zitten. We raken in gesprek. 

In eerste instantie wisselen we beleefdheden uit, maar al snel komen we uit op mijn schrijfkunsten en mijn roman. Ik vertel haar dat mijn roman inmiddels een hoofdpijndossier is geworden, door het steeds niet halen van deadlines. 

Frederique stelt voor om deadlines gewoon af te schaffen. Omdat ik instem, wordt hier unaniem mee ingestemd. 

Uitslag van de stemming: twee voor, nul tegen – voorstel aangenomen!

Na de stemming keuvelen we verder en zo kom ik erachter dat ze vertaler is, of is geweest. We wisselen ervaringen over schrijven met elkaar uit. 

Na een uur ga ik naar huis.

Tijdens de middagwandeling met Joppe, neem ik mij voor om bij thuiskomst weer te gaan schrijven. Meters maken…