Zaterdag 25 januari 2025

Nog voor de wekker gaat ben ik al wakker. Wel goed geslapen. Met slaperige ogen check ik mijn telefoon. Op insta zie ik dat mijn verhaal waarin ik vertel dat ik na mijn lichttherapiesessie KEI- en KEIHARD aan mijn hoofdpijndossier heb gewerkt al door 36 volgers is gezien. Ik ben daar gematigd tevreden over. Wat ook niet erg succesvol is, is mijn Tinderprofiel, ik heb welgeteld één like. Sinds een dag of drie ben ik tegen beter weten in en mede op aanraden van iemand opzoek naar een vriendin. Het zijn of niet mijn types of types wat te mooi om waar te zijn is – lees oplichters -die reageren op mijn profiel. Nu staat mijn profiel nog in de steigers en is bij lange na niet af, maar als ik zie wat er op mij afkomt blijf ik liever alleen. Ik besluit een douche te nemen en Tinder te laten voor wat het is.

Na het ochtendritueel (douchen, aankleden en gewandeld te hebben met Joppe en hem voorzien te hebben van een half bekertje brokken, ook hij is op dieet) is het hoogtijd voor een mok koffie. Met een mok koffie is het voor mij een mooi moment om verder te gaan met het hoofdpijndossier. Als ik mijn laptop openklap bedenk ik mij dat ik een nieuw project heb; dit dagboek. Alsof ik nog niet genoeg ellende om mij heen heb. Uit het verleden (ik heb eerder een stoppen met roken dagboek, een dagboek gedurende mijn verblijf op de Filipijnen en een dagboek in willekeurige volgorde bijgehouden, weet ik dat het bijhouden niet alleen tijdrovend is, het is ook nog eens vermoeiend en zal ik het hooguit een paar dagen/ weken volhouden). Vol goede moed begin ik aan mijn nieuwe project. Mijn plan is om iedere ochtend en iedere avond een stuk te schrijven en door de dag heen aantekeningen te maken op mijn telefoon. Ik ben nog maar net begonnen en eerlijk is eerlijk het loopt gesmeerd. In no-time type ik de dag van gisteren op papier totdat de telefoon gaat. Mijn moeder. Of ik zin heb om mee te gaan naar Wildlands (Wildlands is een dierenpark in Emmen, zo’n klein half uur rijden vanaf waar ik woon) met haar en mijn drie neefjes. Neefje Max heeft namelijk de binnenspeeltuin in het park nog niet gezien. Mijn moeder moet op mijn neefjes oppassen omdat mijn broer en mijn vader druk zijn met het isoleren van de garage/ mijn broers werkruimte en de moeder de hort op is met vriendinnen in Rotterdam. Vandaar er een beroep op mijn moeder wordt gedaan als oppas. Ik stem met het verzoek in. Planning weer totaal anders. Vlug type ik mijn verhaal af, ruim de rotzooi in de keuken (slechts drie dagen afwas) op, ontbijt wat, drink nog een mok koffie en ga dan een uur met Joppe lopen. Joppe lukt het om tijdens de wandeling een klein beetje poep te eten, wat tot frustratie bij mij lijdt.

Ik probeer het weleens, maar het lukt mij nooit: te laat komen. Ik ben altijd op tijd. Het lukt mij gewoon weg niet om te laat te komen. Ook al vertrek ik te laat van huis, ik ben altijd op tijd. Er is altijd wel iemand of soms zijn het er meerdere die te laat zijn. Waar je weer op moet wachten. En ze komen er nog mee weg ook! Op mij hoef je nooit te wachten. Echt niet. En die ene keer dat ik dreig te laat te komen laat ik het tijdig weten dat ik iets later ben. We, mijn moeder en ik, hadden om half één de middag afgesproken bij mijn ouderlijke woning en wie zet drie minuten voor half de fiets in de achtertuin bij de ouderlijke woning en is op tijd? Juist ja, ik! Ik loop naar binnen en zie dat de lunch in de afsluitende fase zit, maar wie kan er weer wachten? Juist ja, ik! Bijna driekwartier maar in ieder geval ruim een half uur later dan gepland vertrekken we richting Emmen.

In het dierenpark is het rustig. Het grauwe grijze weer gooit ongetwijfeld roet in het eten, maar ook dat het geen vakantieperiode is zorgt ervoor dat slechts een handje vol mensen het dierenpark bezoekt. Het is niet alleen druk maar er is ook weinig te zien. Er is bijna geen dier te zien, ook zij zijn beïnvloedbaar door het weer. Het enige wat ik zie zijn een paar vissen, pinguïns, een verdwaalde ijsbeer en de leeuwen (waar de mannetjes in de auto zich op verheugden) laten zich helemaal niet zien en dus zit er niets anders op dan ons uren vermaken in de binnenspeeltuin waar de drie ventjes eigenlijk heel de autorit naar uitgekeken hebben. Na uren naar een telefoonscherm te hebben geloerd terwijl de mannetjes zich kostelijk vermaakten, een paar drankjes, wat koeken snickers en een mars te hebben verorberd is het tijd om huiswaarts te gaan. Onderweg naar de uitgang passeren we nog een aquarium waarin diverse vissen en drie grote schildpadden zwemmen. We hebben geluk, want net op het moment dat we passeren worden de schildpadden gevoerd. Eindelijk actie. Komkommers en hele kroppen sla worden in het water gegooid. De mannetjes vinden het prachtig en kijken aandachtig en praten honderd uit. Heel aanstekelijk maar ik wil eigenlijk naar huis en dus dirigeer ik ons met moeite naar buiten.

Uiteindelijk bereiken we de auto en rijden we naar huis. Onderweg spoken de existentiële levensvragen door mijn hoofd, maar het lukt mij om de auto veilig op de weg te houden. Als ik thuiskom doe ik niet veel. Ik loop even vijf minuten met Joppe en geef hem eten. Ik schenk een glas rode wijn in en schrijf wat voor mijzelf. Af en toe neem ik een slok rode wijn. Het schrijfproces wordt ruw onderbroken door een belletje: mijn moeder, het eten kan nog wel een uur duren. Ik hang op en schenk mijzelf nog een glas rode wijn in en hervat het schrijfproces. Dit herhaalt zich totdat de fles en mijn laatste glas leeg is. Ik pak mijn fiets en fiets naar de ouderlijke woning voor het avondmaal.

Als ik na het eten weer thuis ben drink ik vier speciaal biertjes en bel ik met een vriend. En kijk wat televisie. Niets bijzonders verders.